Zoeken

Vertraging bodemdaling

Een groot deel van het Groene Hart heeft een veenbodem en is daarom gevoelig voor bodemdaling. De mate waarin bodemdaling optreedt en tot problemen leidt is sterk afhankelijk van de opbouw van de bodem en de functie(s) waarvoor een gebied is ingericht. Hiermee verschilt de problematiek rondom bodemdaling in het landelijk en stedelijk gebied.

Landelijk gebied

In het veenweidelandschap, veelal in gebruik als grasland ten behoeve van de melkveehouderij, is verlaging van het oppervlaktewaterpeil gebruikelijk om voldoende draagkracht van de bodem en productieopbrengst te behalen. Vooral door oxidatie1 zakt de bodem na verlaging van het waterpeil, waardoor een hernieuwde verlaging van het waterpeil wordt doorgevoerd. Dit proces is al vanaf de Middeleeuwen gaande en kan doorgaan tot het veen is opgebrand. Bodemdaling in het landelijk gebied draagt bij aan de uitstoot van CO2 en een slechtere waterkwaliteit en heeft hoge kosten voor met name beheer en onderhoud van infrastructuur tot gevolg.

Het vraagstuk bodemdaling in het Groene Hart zorgt voor een spanningsveld in relatie tot een rendabel agrarisch gebruik van de gronden en de landschappelijke en ecologische waarden. Vernatting van de veenbodem remt de bodemdaling maar zet de rentabiliteit van de melkveehouderij onder grote druk. Een aantal andere teelten wordt of gaat worden onderzocht. Verandering van het agrarisch gebruik kan ook consequenties hebben voor landschappelijke en ecologische waarden (o.a. weidevogels).

copyright Beeldleveranciers

Hoewel de problematiek in hoge mate actueel is en om acties vraagt, is er tegelijkertijd ruimte in de tijd om tot langetermijnbeleid te komen, met een mix van maatregelen. Het is niet realistisch om vol in te zetten op het direct stoppen van de bodemdaling. Het is belangrijk om te zoeken naar reële, economisch rendabele, alternatieven voor het grondgebruik die de bodemdaling remmen.

Dit leidt tot de volgende ambities voor het Groene Hart:

  1. We zetten in op het substantieel beperken van de gemiddelde bodemdaling2 tot 2040 in het veen(weide)gebied. Dat kan betekenen: aanleg van onderwaterdrains en voor een aanzienlijk deel van de agrarische sector een omschakeling in bedrijfsvoering, teelten en/ of functies.
  2. We stimuleren – na zorgvuldige weging- experimenten en uitrol van maatregelen op het gebied van beperken of stoppen van bodemdaling, ook als deze op gespannen voet staan met de waarden openheid, weidekarakter en rust.
  3. Om bodemdaling zo veel mogelijk af te remmen wordt een langjarig beleid opgenomen in het op te stellen provinciale en gemeentelijke omgevingsbeleid, in samenspraak met rijksoverheid, waterschappen en grondgebruikers.

Stedelijk gebied

Het gewicht van ophooggrond, bebouwing en infrastructuur veroorzaakt samendrukking van de bodem (‘zetting’3). Dit is de belangrijkste oorzaak van bodemdaling in stedelijk gebied. Het directe gevolg is verzakkingsschade aan funderingen, muren, openbare ruimte, wegen, rioleringen en leidingen. Ook wanneer funderingen van woningen of overige gebouwen niet gevoelig zijn voor bodemdaling, ontstaan er problemen door de verschillen met de dalende omgeving. Na extreme regenval kan dit leiden tot waterschade, vooral op plekken waar de riolering het regenwater niet meer kan verwerken. Deze situaties zullen vaker plaatsvinden.

[1] Oxidatie treedt op boven het grondwaterniveau, waar de toetredende zuurstof het organische materiaal (‘verbrandt’).
[2] In het HDSR (2016), Position paper bodemdaling veenweide is beperken van de bodemdaling met 25% in 2050 genoemd.
[3] Zetting is samendrukking van het bodemprofiel als gevolg van externe belasting


Perspectief: gedeelde visie voor het Groene Hart

Een kleine groep specialisten bereidt het thema Bodemdaling voor. Wat is de actuele situatie en welke eisen stelt de toekomst op dit thema. Kruisbestuiving tussen de thema's en toetsing bij belanghebbenden vindt plaats in de gemeenschappelijke werkplaatsen.

Op 26 september 2016 is de 1e bijeenkomst Bodemdaling.

copyright Beeldleveranciers