Zoeken

Trends en ontwikkelingen

Voor veel van de trends is gebruik gemaakt van de Groene Hart Monitor 2016

Thema Landschap en Identiteit

  • De oppervlakte landbouw is afgenomen ten gunste van andere functies.
  • De meeste stiltegebieden voldoen niet aan de gestelde geluidsbelasting, ze neigen eerder naar een ‘relatief rustig’ karakter. Ook is de bekendheid bij en daardoor de benutting door bewoners laag.
  • Het zichtbare deel van het landschap is in 60% van het Groene Hart meer dan 100 ha en in ruim 40% van het Groene Hart zelfs meer dan 200 ha. Het Groene Hart behoort wat betreft de open gebieden van Nederland tot de ‘subtop’. Gezien de ligging, te midden van de grootste steden van ons land, is dit bijzonder te noemen.
  • Het areaal zeer open gebied nam in de periode 2006-2010 met 0,4% af. Recenter data ontbreken.
  • De verandering in bodemgebruik in het Groene Hart is vergelijkbaar met andere niet-stedelijke delen van ons land.
  • In vergelijking met andere Nationale Landschappen zit het Groene Hart in de middenmoot ten aanzien van de relatieve toename van woningen sinds 2000.

Thema Bodemdaling

Ongeveer 2/3 deel van het Groene Hart heeft een veenbodem en is daardoor gevoelig voor bodemdaling. De mate waarin bodemdaling optreedt en tot problemen leidt is sterk afhankelijk van de opbouw van de bodem en functie waarvoor een gebied is ingericht. Daardoor verschilt de problematiek rondom bodemdaling in het landelijke en stedelijke gebied.

Landelijk gebied

Het landelijk gebied is veelal in gebruik als grasland ten behoeve van de melkveehouderij. Om voldoende draagkracht van de bodem en productieopbrengst te behalen wordt het (grond)waterniveau verlaagd. Vooral door oxidatie zakt de bodem, waardoor het grondwaterpeil steeds moet worden verlaagd. Bij ongewijzigd beleid zal de bodemdaling gemiddeld 0,9 cm per jaar bedragen, ofwel: 35 cm daling in de periode 2010-2050. Het PBL raamt de kosten van de bodemdaling voor alleen het waterbeheer in de veenweidegebieden van Nederland op ongeveer € 200 miljoen over een periode van 40 jaar, waarvan een groot deel landt in het Groene Hart.
Er wordt steeds vaker geëxperimenteerd met peilfixatie, onderwaterdrainage en andere (natte) teelten. Deze maatregelen worden nog niet op grote schaal toegepast.

Stedelijk gebied

In het stedelijk gebied verzakt de bodem door fysieke belasting die zetting tot gevolg heeft. Het directe gevolg van bodemdaling is schade aan funderingen, woningen, wegen, riolering en leidingen. Ook wanneer funderingen van woningen of overige gebouwen niet gevoelig zijn voor bodemdaling, ontstaan er problemen door de verschillen met de wel dalende omgeving waardoor ongewenste hoogteverschillen ontstaan. De kosten voor het herstel van de schade en het frequent onderhoud aan de infrastructuur kunnen voor heel Nederland oplopen tot € 5,2 miljard tot het jaar 2050 (PBL), tenzij wordt gekozen voor duurzamere methoden van aanleg, beheer en onderhoud.

Veiligheid

Bodemdaling levert ook een veiligheidsrisico op doordat het water in de boezems aanzienlijk hoger komt te liggen dan in de naastgelegen weilanden, waardoor de druk op waterkeringen toeneemt. Waterkeringen moeten steeds meer verzwaard worden om deze waterdruk te weerstaan. Daardoor treedt ook meer zetting op. Bij een dijkdoorbraak is er meer risico op slachtoffers en schade omdat door bodemdaling het water hoger staat. Ook treedt in de veenweiden gemakkelijk wateroverlast op vanwege de geringe drooglegging.

Thema Energietransitie

Klimaatverandering betekent voor Nederland onder andere een toenemende kans op overstromingen door een stijgende zeespiegel, periodes van grotere droogte of juist hevige neerslag en een veranderende biodiversiteit. Omdat het Groene Hart een van de laagste en natste gebieden van Nederland is, zijn de gevolgen van klimaatverandering ook hier zeker te merken. De klimaatambities uit Parijs betekenen dat vooral het energiesysteem ingrijpend moet worden veranderd (de energietransitie). Een eerste stap hierin is dat in 2020 het energieverbruik met 20% moet zijn afgenomen.

Enkele feiten op een rij:

  • De CO2-uitstoot is in het Groene Hart iets sterker gedaald dan in geheel Nederland. De daling was na 2012 minder groot dan in de jaren ervoor.
  • Het energiegebruik in het Groene Hart is gedaald de laatste jaren, iets sterker ook dan in de rest van Nederland. Hiermee is het Groene Hart echter nog ver verwijderd van de doelstelling voor 2020.
  • Het percentage duurzame energie is in het Groene Hart lager dan in Nederland als geheel. Nog sterker dan voor Nederland als geheel geldt dat het Groene Hart nog ver verwijderd is van de doelstelling voor 2020.
  • Vrijwel alle duurzame energie die in het Groene Hart wordt opgewekt, is zonne- en windenergie.
  • Het totale vermogen dat wordt opgewekt door windturbines in het Groene Hart is sinds 2010 met 140% gestegen.

Thema Economie

  • De laatste jaren (sinds 2009) heeft het Groene Hart bovengemiddeld veel banen verloren. De werkloosheid is echter lager dan gemiddeld in Nederland.
  • Het economisch herstel dat in 2015 landelijk duidelijk zichtbaar werd (lichte banengroei), was er in het Groene Hart nog niet (afname van banen).
  • Het Groene Hart kent een heel gevarieerde economie waarin de grootste sectoren weinig uniek zijn: groot- en detailhandel, gezondheidszorg/ welzijn, industrie, bouwnijverheid en zakelijke dienstverlening.
  • Sinds 2013 zijn er veel banen verloren gegaan in de financiële sector. Deze sector deed het in het Groene Hart aanzienlijk slechter dan gemiddeld in Nederland.
  • Ook in de gezondheids- en welzijnssector, tot 2013 een belangrijke banenmotor, gingen sinds 2013 veel banen verloren.
  • Het oppervlakte bedrijventerrein is de laatste jaren gemiddeld met circa 3% gestegen. De laatste twee jaar was de groei fors lager dan in de jaren ervoor.
  • De structurele leegstand van kantoren is in het Groene Hart hoger dan het landelijk gemiddelde en deze leegstand is de laatste jaren sterker gestegen dan het landelijk gemiddelde. Dit is in belangrijke mate een Randstad-probleem.

Landbouw

  • Er vindt schaalvergroting plaats in het Groene Hart: een gelijke omzet met minder bedrijven (-15% in de periode 2009-2015) en met minder werkgelegenheid (-18%) .
  • De bijdrage van de totale primaire agrarische sector in het Groene Hart bedraagt ruim € 1 mld. Het aandeel in de totale agrarische omzet in Nederland is sinds 2009 gedaald.
  • Meer dan de helft van de agrarische omzet in het Groene Hart is afkomstig van de melkveehouderij.
  • De omzetgroei in de melkveesector was in de periode 2009 – 2015 fors (+ 27%). Deze groei was wel minder dan het landelijk gemiddelde (+ 36%).
  • Het aantal melkveebedrijven nam in de periode 2009-2015 af met 10% (landelijk: -7%).
  • Het aantal GVE/ha is in de periode 2009-2015 met 10% toegenomen en daarmee ook de belasting van het polderland. Dit is onwenselijk in relatie tot de bodemdaling.

Recreatie en toerisme

  • Het aantal banen in de toeristisch-recreatieve sector in het Groene Hart is de laatste jaren aanzienlijk sterker toegenomen dan gemiddeld in Nederland.
  • Ruim 6% van de banen in het Groene Hart is te vinden in de toeristisch-recreatieve sector. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in Nederland. Tot voor kort liep het Groene Hart achter op het landelijk gemiddelde.
  • Het aantal banen in de watersportsector in het Groene Hart nam toe de laatste twee jaar, waar landelijk sprake is van een daling.

Thema Bereikbaarheid

  • Geen enkele niet-stedelijke regio in Nederland kent zo’n goede nabijheid van banen als het Groene Hart.
  • Het wegenpatroon is in de afgelopen 10 jaar nagenoeg gelijk gebleven. Dit zegt echter niet alles over de wegcapaciteit. Er kunnen wel wegen verbreed zijn.
  • Behalve op de Rijkssnelwegen loopt het ook zeer geregeld vast op het onderliggend wegennet in het Groene Hart. Dan gaat het zowel om doorgaande wegen als de N11 (met name de aansluiting op de A4 en de A12), de N207 (met name knelpunten tussen Leimuiden en Gouda) en de N201 (tussen Uithoorn en Vreeland),als op de laatste schakelstukken in de verschillende interlokale routes, naar dorpen en bedrijfslocaties. Er zijn geen nauwkeurige gegevens over de mate van vertraging op de verschillende locaties.
  • De logistieke sector is sterk aanwezig in het Groene Hart. Concentraties zijn er in de gemeente Alphen aan den Rijn (o.a. Boskoop), nabij de A12 (met name Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk en Woerden) en in de Krimpenerwaard.
  • In de transitie naar duurzame brandstof is het Groene Hart landelijk een koploper.