Zoeken

Onderzoek aanvraag Unesco Werelderfgoed

In het dichtbevolkte gebied van west Nederland ligt in het Groene Hart een laagveengebied met vrijwel ongeschonden verkavelingspatronen die zijn terug te voeren tot de ontginningen van het gebied duizend jaar geleden. Deze ontginningspatronen zijn uniek in de wereld. Laagveengebieden komen op verschillende plaatsen in de wereld voor. Ze zijn nat en vaak moerassig, ze worden nauwelijks gebruikt als agrarische grond. In Nederland kon dit wel dankzij een doordachte ontginning duizend jaar geleden die heeft geleid tot unieke verkavelingspatronen die toegesneden zijn op de plaatselijke landschappelijke en hydrologische condities en welke tot op de dag van vandaag zeer functioneel zijn voor de afvoer van het overtollige water.

Dutch Landscape is vaak ontstaan in de middeleeuwen

middeleeuws landschap

De verkavelingspatronen zijn ontstaan in de tiende tot dertiende eeuw toen de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht stimuleerden om delen van het enorme veengebied te ontginnen. In de laagveen gebieden van het Groene Hart zijn de toen ontstane verkavelingspatronen op vele plaatsen nog ongeschonden aanwezig. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Zeeland en grote delen van Holland waar veel middeleeuwse verkavelingen van het veen verdween. In het Groene Hart verhaalt het huidige landschap zijn bijzondere ontstaansgeschiedenis. De nederzettingen en de percelen hangen sterk samen. De bijna mathematische patronen wijzen op een centrale regievoering, waarbij de overeenkomst ‘de cope’ tussen de landheer en de ontginner, centraal stond.

kwetsbaarheid

De oude verkavelingspatronen zijn uiterst kwetsbaar. Veen dat niet onder water staat mineraliseert en zakt. Elke boer heeft echter grond nodig die minstens enkele decimeters boven grondwater uitsteekt. Enige zakking is daarom onontkoombaar. Door een verfijnd waterbeheer en landgebruik bleef zakking van het land binnen de perken. Tegenwoordig worden de patronen in wisselende mate aangetast door stadsuitbreidingen, waterstaatkundige en grote infrastructurele ingrepen en het dempen van sloten. Op de langere duur zal het veenpakket door mineralisatie verdwijnen en zullen de unieke patronen worden aangetast. Op vele plaatsen zijn de unieke patronen beschermd in landschapsontwikkelingsplannen en bestemmingsplannen, vaak is dit echter niet voldoende.

heel gewoon

Dit veenweidelandschap wordt gezien als oer-nederlands en dus ‘heel gewoon’. Het bestaat uit gras, water, koeien en af en toe een tractor. De wetenschap dat dit beeld overeenkomsten heeft met de middeleeuwen zal vele niet-ingewijden verrassen. Door historische betekenis aan dit landschap toe te kennen ontstaat er erkenning voor eigenaren, gebruikers en bestuurders die dit landschap beheren. Door de kwetsbaarheden zichtbaar te maken en tegelijk de kleinschalige kwaliteiten te koesteren kan slijtage van dit landschap worden aangepakt. Een internationale waardering zal extra beschermend werken, zodat de verkaveling zeker nog lang kan worden behouden.

op naar 2025

In Nederland worden tot 2025 geen nieuwe gebieden of objecten voorgedragen als werelderfgoed. Een groep initiatiefnemers onderzoekt de mogelijkheden voor de copelandschappen. Zij hebben al gesprekken gevoerd met een aantal betrokken partijen zoals Natuurverenigingen, LTO en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De komende wordt gesproken met de betrokken overheden, de eigenaren en belangenorganisaties. Er is contact met Duitsland en Polen voor een internationale aanvraag, en een andere initiatiefgroep die de Amsterdamse Schoolarchitectuur op de voorlopige lijst voor 2025 wil zetten. Ondertussen wordt ook gewerkt aan het aantonen van de universele uitzonderlijkheid, het onderbouwen van de nominatiecriteria en de selectie van één of meer gebieden.


Cope

De basis voor de ontginning lag bij de overeenkomst tussen de landheer van het gebied, de graaf of de bisschop en de ontginner. Deze overeenkomst is de cope. In de cope staat dat de ontginner het recht krijgt om onder strikte voorwaarden een bepaald deel van het veengebied te ontginnen en dat hij zich daarna daar als vrije boer kon vestigen. De ontginner moest wel een bedrag betalen bij de start, de recognitietijns.

ronde hoep

kaart ronde hoep

Onder de rook van Amsterdam, tussen Ouderamstel en Abcoude ligt de polder Ronde Hoep. Hier is de middeleeuwse verkaveling voor de hele polder nog ongeschonden.

Ster van Loosdrecht

ster bij loosdrecht

De sterverkaveling waarbij sloten werden gegraven naar het laagste punt, vaak een klein veenriviertje. Een voorbeeld hiervan is deze sterverkaveling van Loosdrecht.

Initiatiefnemers

Een groep initiatiefnemers doet op persoonlijke titel onderzoek naar de mogelijkheden om kenmerkende delen van de Copelandschappen te beschermen door een aanvraag voor Unesco Werelderfgoed.

Deze initiatiefnemers zijn: Luc Mur (oud hoogleraar en lid van de gebiedscommissie Utrecht-West), Peter van Steensel (werkzaam bij Programmabureau Groene Hart) en Ko Droogers (werkzaam bij de ANWB). Zij worden ondersteund door erfgoeddeskundigen Frank Stroeken (Terra Incognita) en Edwin Raap (Onderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en adviseur voor ICOMOS Nederland).

Bijdrage Stuurgroep

De Stuurgroep ondersteunt dit initiatief en voert waar nodig gespreken of zet haar contacten in. Daarnaast stelt zij € 12.500 beschikbaar voor specialistische hulp bij het aantonen van de universele uitzonderlijkheid en onderbouwen van de nominatiecriteria.